Op de stafkaart stonden de oriëntatiepunten voor de wandeling nog eens extra omcirkeld en ze waren van uitleg voorzien. De kaart was duidelijk genoeg maar hoe kwam je aan het startpunt?
Nergens was het huisje te zien dat er volgens het plannetje moest zijn, ook niet meer naar links of naar rechts. Dan toch maar rechtdoor. Uiteindelijk zagen we het gebouwtje toch nog opduiken tussen de bomen en even verder vonden we het smal beekje dat overgestoken moest worden om in het bos te komen.
aan het bosbeekje is de aarde omgewoeld everzwijn was hier
We volgden het beekje tot aan de weg. Er waren overal waterloopjes, en het ruisen van het water zou ons overal vergezellen. De weg werd een open plek en daarna een bospad. Het was een zeer zonnige dag en het licht onder de bomen was magnifiek. Alleen het ploffende geluid van noten op de grond verraadde dat de zomer ten einde liep.
in de najaarszon blinken de spinnenwebben bosrand vol kantwerk
De paden liepen meestal halverwege de heuvel zodat je een uitzicht had in de smalle vallei waar de beek stroomde.
Dan ritselde er iets in de bladeren beneden. Stil blijven was de boodschap. Net als we weer door wilden lopen, klom een eekhoorn vlak voor onze neus een boom in. Hij bleef zelfs even zitten om zich te laten bewonderen voor hij verder de boom in klauterde. We konden hem nog even volgen bij zijn sprongen van de ene naar de andere boom.
Even later kwamen we het bos uit om het onmiddellijk daarna weer binnen te gaan via een ander pad. Dit deel van het bos was duidelijk ouder. Beukenbossen met hun eigen kathedrale sfeer wisselden af met dichte stukken met sparren.
de zonnestralen
priemen door de boomkruinen
langgerekt patch-work
Aan een kruispunt bleven we even zitten op de bank om de rust van deze late zomerdag wat langer vast te kunnen houden. Het laatste stuk van de wandeling, terug naar het dorp, liep dwars tussen de akkers.
in de sleedoorn bloeit uitbundig kamperfoelie lucht vol zoete geur